Burgerinitiatief

Zie je dorp als een verzorgingshuis, waar je met elkaar initiatieven ontplooit voor inwoners die behoefte hebben aan zorg. Zodat zij deel kunnen blijven uitmaken van hun vertrouwde leefomgeving.

De indicatiecriteria om in aanmerking te komen voor een verzorgingshuis of een verpleeghuis zijn veel strenger geworden. Het gevolg is dat er meer mensen thuis (moeten) blijven wonen die wel zorg nodig hebben. Het concept ‘Dorp als verzorgingshuis’ zoomt in op potentiële initiatieven in de woonomgeving van mensen die een groeiende behoefte hebben aan zorg. Dat kan een wijk of een buurt zijn, vaker een dorp of kleine kern.

Buurtinitiatieven en actieve inwoners zetten zich meestal in voor het versterken of behoud van het verenigingsleven, op het gebied van recreatie of de leefomgeving. Zorg en welzijn wordt nog beschouwd als het terrein van de gemeente of de welzijnsinstelling. Het gevoel van urgentie moet nog groeien, om als dorpsgemeenschap ook iets te willen betekenen in bijvoorbeeld het voorkomen van eenzaamheid of het omgaan met inwoners die kampen met geheugenproblemen of dementie. Maar er is wel een verschuiving te zien, die is ingezet door De Kanteling. De transformatie naar de inzet van informele hulp als het kan en professionele ondersteuning als het moet begint zichtbaar te worden. Ook dorpshuizen zoeken naar mogelijkheden om meer van en voor ‘iedereen’ te zijn. Wat kunnen zij bieden voor ouderen?

Lees verder

Want neem nou meneer Berends die jarenlang actief was in de biljartvereniging, maar het biljarten fysiek niet meer aankan? Blijft hij dan voortaan maar thuis? Of mevrouw Arends die aan haar heup is geopereerd. Vroeger was ze naar een verpleeghuis verhuisd, nu is daar, alleen vanwege een mobiliteitsbeperking, geen reden meer toe. Hoe kan het dorp anticiperen op deze vragen? En wat kan een dorpshuis met dit gegeven?

Zo weet bijvoorbeeld de dorpsvereniging Heukelum Actief veel vrijwilligers te binden om inwoners te helpen op het gebied van zorg en welzijn. Wat heb je nodig en wat kun je zelf bijdragen is het uitgangspunt. In het exploitatieplan voor het (nieuwe) dorpshuis is het aanbieden van activiteiten voor ouderen een belangrijke pijler.
In Elden heeft de dorpsbelangenvereniging het oude parochiehuis gekocht toen de kerk daar vanaf wilde. Het parochiehuis gaat als een voorliggende voorziening voor de Wmo functioneren, gerund door vrijwilligers en inwoners uit Elden. De kunst is om de verbinding te leggen tussen de professionals in bijvoorbeeld het sociale wijkteam en de vrijwilligers die signaleren en vaak feilloos weten hoe en via welke personen je informele netwerken bereikt.
In Beesd zijn het vrijwilligers die bardiensten en zaalverhuur regelen. De aanwezige beheerder wordt daar juist ingezet om de spil te zijn tussen alle zorgorganisaties en doet feitelijk het welzijnswerk op dorpse maat.

Uit onderzoek van het SCP (Kleine gebaren, 2016) blijkt dat veel dorpen weliswaar een vertrouwde omgeving bieden voor ouderen, maar dat dit als vangnet niet betrouwbaar genoeg is. Dit geldt met name voor kwetsbare ouderen met een laag inkomen. Het blijkt dat zij, naarmate zij kwetsbaarder worden, zij minder vaak zelf om hulp vragen en vaker hulp van dorpsgenoten aangeboden krijgen. Bemiddeling voor hulp en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, wordt daarmee belangrijker, zowel door gemeente en welzijnsinstanties als door het eigen netwerk. Zo kunnen inwoners een rol van betekenis krijgen voor het welzijn van zelfstandig wonende kwetsbare ouderen.

Waar beginnen?

Elden, waar het parochiehuis door de dorpsbelangenvereniging is gekocht, is een voorbeeldproject waarbij De Burgerkrachtgenerator is gebruikt om bewoners te mobiliseren op het vormgeven van de plannen. Het is een manier van werken die niet alleen ideeën maar ook medewerking genereert: je kunt niet zeggen dat je wilt dat er iets gebeurt en vervolgens achteroverleunen. Het initiatief is in Elden genomen door de dorpsvereniging Elden.

Een andere route om verandering in gang te zetten is het uitvoeren van een Wmo-scan voor dorpshuizen (van DKK Gelderland). In een gesprek van 2 à 2,5 uur verkent de DKK-adviseur met de bestuursleden vijf onderwerpen : de toegankelijkheid van het gebouw, de activiteiten en doelgroepen, de samenwerking met andere partners, gezamenlijke programmering en de relatie met de gemeente. Het levert heel vaak op dat het bestuur bewust wordt van de mogelijkheden die er zijn. En er ligt een korte rapportage die het gemakkelijker maakt om met de gemeente in gesprek te gaan.

Succesfactoren

Waar beginnen? Ga op zoek naar een groepje in het dorp dat ‘ergens’ voor warm loopt. Het dorpshuis, de Wmo-raad. Begin met kleine projectjes. Het mooie van met name dorpen is dat mensen zich best geroepen voelen om iets te doen. Maar ze weten niet altijd wat (aanbodverlegenheid).

  • Kijk naar initiatiefnemers van binnenuit. Sluit aan bij wat er is.
  • Als je verantwoordelijkheid geeft en neemt men het ook. Mensen moeten alleen soms op dat spoor gezet worden.
  • Investeer in vertrouwen.
  • Er is vaak veel kennis en deskundigheid vertegenwoordigd in een dorp: inwoners kennen het dorp en weten wie ze waarvoor kunnen vragen.
  • Zorg voor korte lijnen tussen beroepskrachten en informele inzet, voor als de problematiek te ingewikkeld wordt om met vrijwilligers op te vangen.
  • Probeer het eens anders. Enkele eenvoudige voorbeelden:
    Een dorpshuis stapte over van tapbier naar flesjes. Alles bij de bar zelf pakken en noteren: gaat verwonderlijk goed.

Een beheerder nodig die betaald wordt door de gemeente? Kom het eerst maar eens doen in plaats van naar de gemeente te kijken. Er is een dorpshuis waar niet slechts drie verantwoordelijken een sleutel hebben. Er zijn nu 1257 sleutels in handen van actieve dorpsgenoten en vrijwilligers, die het dorpshuis beschouwen als hun tweede ‘thuis’.

Veel dorpshuizen denken in grote aantallen, bijvoorbeeld één keer per twee weken eten met vijftig mensen, terwijl dagelijks eten met acht mensen voor de sociale contacten van de betrokkenen meer betekent.

Leeropbrengsten

  • Je kunt in een gemeente een burgerinitiatief willen, je kunt investeren en faciliteren maar je kunt het niet overnemen of voor anderen doen. Uiteindelijk moet het uit de mensen zelf komen en dat gebeurt pas als de tijd er rijp voor is.
  • Als het initiatief en de verantwoordelijkheden verschuiven, welzijnstaken op kleine schaal in een dorp of kleine kern overgenomen worden, kan dat wel een spanningsveld geven met het lokale welzijnswerk van de hele gemeente.

Contactgegevens

Gerrit Kapteijns, g.kapteijns@spectrumelan.nl