De 50-plussers

Vanaf welke leeftijd ben je nu een oudere? Daarover verschillen de meningen sterk. We hanteren hier als ondergrens vijftig jaar. We zien namelijk dat er vanaf die leeftijd ‘levensbepalende momenten’ zijn, die een goede aanleiding zijn om het langer zelfstandig wonen onder de aandacht te brengen. Denk bijvoorbeeld aan het moment dat mensen opa of oma worden (gemiddeld in Nederland op ons 53e jaar). Aan de periode waarin mantelzorg voor de ouder wordende (schoon)ouders zijn intrede doet. Of het tijdstip waarop mensen stoppen met werken. Het zijn momenten waarop mensen gaan nadenken over hun woonsituatie, hetzij voor de kleinkinderen (hoe veilig is mijn huis) hetzij voor zichzelf (kan/wil ik hier blijven wonen).

Een ding weten we zeker. Leeftijd is niet bepalend voor de bereidheid om de woning aan te passen. Iemand van tachtig jaar kan er hetzelfde over denken als iemand van zestig jaar. Relevanter voor de actiebereidheid om de woning aan te passen is de gezondheid. En niet per se hoe gezond iemand is, maar hoe gezond iemand zich voelt. Mensen kunnen in de ogen van anderen gezondheidsproblemen hebben, maar deze zelf niet als zo beperkend ervaren dat ze vinden dat ze hun woonsituatie hierop aangepast moeten worden.

Er is veel onderzoek gedaan naar verwachtingen en behoeften van 50-plussers ten aanzien van het leven en alles wat daarbij komt kijken. In de Leidraad Langer zelfstandig wonen delen we een aantal van de meest opvallende feiten. Maar verwijzen we vooral door naar interessante publicaties en databanken zodat u zelf een beeld kunt vormen van deze gemêleerde groep mensen. Om u op weg te helpen hebben wij de informatie geordend naar invalshoek: leven en welzijn, wonen en zorg.

Leven en welzijn

  • 50-plussers leven vooral in het hier en nu, staan positief in het leven en het merendeel accepteert makkelijk dat zij ouder worden (86% (helemaal) mee eens). Ouder worden brengt ook angsten met zich mee. Het meest angstaanjagende vindt men de mentale achteruitgang (56%) gevolgd door het niet meer zelf over je leven kunnen beslissen (39%), fysieke achteruitgang (36%) en ziek worden (32%).
  • Het aantal alleenstaande ouderen gaat de komende jaren flink toenemen, in het bijzonder de groep alleenstaande vrouwen van hoge leeftijd. Enerzijds heeft dit te maken met de individualisering van de samenleving en het feit dat jongere generaties ouderen minder gaan samenwonen en vaker scheiden. Anderzijds is het nog steeds zo dat, ondanks de toenemende levensverwachting, mannen nog steeds minder oud worden dan vrouwen.
  • Vrijwel alle ouderen vinden het belangrijk om zelf controle en verantwoordelijkheid te hebben bij belangrijke vragen over wonen en gezondheid. Zelfmanagement en actieve betrokkenheid is dan ook belangrijk en wordt ook van hen verwacht. En tegelijkertijd hebben zij wel behoefte aan een handreiking hoe zij die betrokkenheid kunnen invullen.

Wonen

  • Vrijwel alle ouderen zijn (zeer) tevreden over de huidige woonsituatie (90%). Kopers zijn vaker tevreden dan huurders (95% versus 84%). Ongeveer 31% wil dan ook nooit meer verhuizen.
  • 29% van de 50-plussers woont alleen. Meer dan de helft (53%) van de ouderen boven de 75 jaar woont alleen. Alleenstaanden kiezen eerder voor het huren van een woning. Het inkomen is een bepalende factor in de overweging om te huren of te kopen.
  • Ongeveer 24% van de doelgroep 50 t/m 65 jaar heeft nog thuiswonenden kinderen. Vanaf 75 jaar is dat nog slechts 1%.
  • De honksvastheid neemt toe naarmate men ouder wordt, slechts 4% is geneigd om te verhuizen. Als mensen besluiten om te gaan verhuizen, dan is dat vaak door een combinatie van factoren. Zo kan de woning of woonomgeving niet meer passen bij de levensfase of er verandert iets in hun persoonlijke situatie zoals het wegvallen van de partner, een terugval in inkomen of gezondheidsproblemen. Een sluimerende verhuiswens kan vooral in de laatste situatie dan ineens urgent worden.

Zorg

  • Bijna tweederde van de ouderen (62%) voelt zich (heel erg) gezond, ondanks een aanwezige aandoening of ziekte. Ouderen van 75 jaar en ouder voelen zich niet vaker ongezond dan ouderen die jonger zijn, maar drukken zich neutraler uit (‘niet gezond, niet ongezond’).
  • Maar liefst 64% van de ouderen bereidt zich niet voor op het moment dat de gezondheid achteruit gaat. Ongeveer 87% weet niet wat zorg gaat kosten als ze het nodig hebben.  Algemeen kan gesteld worden dat ouderen geen goede afweging kunnen maken als het gaat om de kosten en baten. Ze weten niet aan welk bedrag ze moeten denken voor een woningaanpassing waarmee ze zorgkosten kunnen voorkomen of uitstellen. Ze kennen evenmin de financiële consequentie van niets doen en dan de zorgkosten voor lief nemen. Onbekendheid met de kosten op zowel het terrein van wonen als van de zorg, maakt dat mensen niet in beweging komen. Laat staan dat zij preventief handelen.
  • Diensten aan huis kunnen ondersteunend zijn bij het langer thuis wonen. Maar slechts bij 12% van de 50-plussers is dit geregeld, 37% zegt er geen behoefte aan te hebben. Bijna driekwart van de mensen is bereid voor (meer) diensten te betalen als zij afhankelijk worden van derden. Als men al kiest voor diensten aan huis, dan zijn het vooral comfortdiensten (klusjesman, hulp in de huishouding). Diensten voor persoonlijke verzorging of zorg aan huis zijn minder in trek. Opvallend: voor abonnementen lijkt geen ruimte. Mensen willen het liefst per keer betalen.
  • Als men zich oriënteert op een zorgleverancier dan is er een opvallend verschil tussen 50-plussers die thuiszorg of mantelzorg krijgen en 50-plussers zonder zorg. De eerste groep oriënteert zich met name via gesprekken met de huisarts (25%) of gespecialiseerde organisaties (17%). De groep die nog geen zorg ontvangt oriënteert zich vooral via internet (72% versus 10%), brochures (31% versus 6%), vrienden/familie (36% versus 11%) en programma’s op televisie (33% versus 0%).