Motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering

Samen werken aan gedragsverandering

Mensen worden in het algemeen eerder overtuigd door de redenen die ze zelf hebben ontdekt en opgesomd, dan door de redenen die door anderen genoemd worden.

– Blaise Pascal, 17e eeuw

Mensen houden er niet zo van als een ander zegt wat ze moeten doen of als iemand hen probeert te overtuigen dat iets beter voor hen is.

Mevrouw De Bruin bijvoorbeeld wordt steeds slechter ter been. Ze heeft vooral moeite met overeind komen. “Zouden steunen in het toilet en in de gang niet handig zijn?”, opperen haar kinderen regelmatig. Maar daar wil hun moeder nog niets van weten. “Het gaat nog best, ik ben niet bejaard!” Het zorgzame advies van de kinderen aan hun moeder werkt averechts en een opstapstoel durven ze niet meer ter sprake te brengen.

Niet alleen voor veel kinderen met ouder wordende ouders zijn dergelijke gesprekjes herkenbaar. Ook beroepskrachten voor wonen, zorg en welzijn en vrijwillige woonadviseurs zien oplossingen en geven wel eens advies, waar cliënten (nog) niet aan willen. Dat kan frustrerend zijn. Maar achter de afwijzing van die goed bedoelde en vaak ongevraagde adviezen zit vaak onwetendheid, angst, onzekerheid en opzien tegen de onrust en rommel. Het oude en bekende voelt vertrouwd en veilig.

Bewustwordingscampagnes zetten ongeveer een kwart van de ouderen aan tot denken over het aanpassen van hun woning. En van die groep past circa zes procent de woning aan. De huisbezoeken door woonadviseurs lijken een positieve bijdrage te leveren aan de actiebereidheid van ouderen. Om effectief te zijn is het dus zinvol om stil te staan hoe je in de gespreksvoering rekening kunt houden met afwijzende reacties en emoties.

Hoe zou het zijn als je de ander aan het denken kunt zetten en laat verwoorden wat hij of zij zelf graag wil? En wat daarbij kan helpen en wat de stappen zijn om daar te komen? Dat kan. En zelfs op een heel integere en respectvolle manier met de communicatiestijl die bekend is geworden als vraaggerichte en motiverende gespreksvoering.

 

Hoe werkt vraaggerichte en motiverende gespreksvoering?

Vraaggerichte en motiverende gespreksvoering is een klantgerichte manier van begeleiding die als doel heeft mensen zelf hun eigen wensen en tegenstrijdigheden te laten onderzoeken, om hen zo verder te helpen in het proces van gedragsverandering. Een aantal uitgangspunten:

  • Motivatie tot verandering komt vanuit de bewoner en wordt niet van buitenaf opgelegd.
  • Het is de taak van de bewoner en niet van de ondersteuner om een oplossing te zoeken.
  • Proberen iemand te overtuigen is geen effectieve strategie.
  • De stijl en sfeer in het gesprek zijn over het algemeen kalm en uitnodigend van karakter.

Bij deze benadering komt een aantal gesprekstechnieken kijken, zoals open vragen stellen, reflectief luisteren, bevestigen, samenvatten en verandertaal uitlokken. Met andere woorden: je stelt je op als een geduldige gesprekspartner die de ander aan het denken zet en aan het woord laat. Samen ga je op zoek naar een oplossing, wat een stuk prettiger (en daarom effectiever) is dan proberen de ander te overtuigen.

Een van de kernpunten is dat je aansluit bij het verhaal van de persoon zelf. De eventuele vragenlijst, die je als woonadviseur tot je beschikking hebt, is een hulpmiddel. Het belangrijkste is dat je in eerste instantie als een OEN het gesprek ingaat (dat wil zeggen open, eerlijk en nieuwsgierig). Hoe is het met de bewoner, waar wordt hij of zij blij van, hoe vindt hij/zij zijn huis, wat is er prettig aan? Kijk (nog) niet wat er niet is, maar wat er wel is en waar de kracht ligt. Natuurlijk signaleer je dingen en ben je ook door de bewoner uitgenodigd, maar bedenk dat verandering tijd nodig heeft, zeker voor ouderen.

Laat OMA vooral thuis (oma staat voor je eigen oordelen, meningen en adviezen). Dat wil niet zeggen dat je geen advies mag geven, maar vraag eerst even commitment: “Er komen een paar ideeën bij mij boven. Vindt u het goed als ik u die eens voorleg?” Dat klinkt heel anders dan “Ik denk dat het goed is als u …… doet.”

Het helpen en adviseren van een bewoner en daarbij oog hebben en houden voor zijn eigen verantwoordelijkheid en regie klinkt simpel, maar is niet gemakkelijk om uit te voeren. Hoe maak je hier een start mee? De sleutel die je in handen hebt in het ondersteunen van de ander is luisteren en vragen stellen. Hieronder vindt u hulpvragen die u daarbij behulpzaam kunnen zijn.

Hulpvragen bij vraaggerichte gespreksvoering

  1. Dit zijn vragen die je kan stellen bij het voeren van een gesprek.
    1. Wat zou u graag willen uit dit gesprek? Wat is er zinvol voor u om te bespreken?
    2. Wat wilt u dat er anders wordt? Waar heeft u last van en hoe heeft u daar last van?
    3. Hoe zou u willen dat uw woonsituatie eruit komt te zien? Wat zou daarvan het voordeel zijn voor u? Hoe zal dat u helpen?
    4. Wat vindt u fijn aan de woning en hoeft niet veranderd te worden?
    5. Wat heeft u al veranderd? Wat heeft dit opgeleverd?
    6. Wilt u nog meer weten over wat de mogelijkheden zijn? (= commitment, ‘ja’ krijgen).
    7. Welke ideeën heeft u in dit gesprek opgedaan?
    8. Wat ziet u als de eerst volgende stap(pen)? Hoe zou u dat stapje kunnen zetten?
    9. Wie is de persoon die u hierbij het beste kan helpen? Met wie deelt u uw zorgen? Wie is er op de hoogte?
    10. Is dit gesprek voor u nuttig geweest?

    Loop samen de woning door. Observeer de bewoner, benoem knelpunten en oplossingen in huis. Gebruik de vragenlijst van de Huistest als richtlijn.

    Feedback geven

    Beschrijf het gedrag dat je observeert, vervolgens het gevolg dat dit gedrag heeft, het gevoel dat het bij je oproept en vervolgens het gewenste gedrag van de ander. Vergeet niet dat het om een dialoog gaat. Geef je gesprekspartner de kans om te reageren. Wat vindt hij of zij van je feedback? Als je merkt dat de ander in de verdediging schiet, vertel je rustig dat dat niet nodig is. Je valt hem of haar immers niet aan, maar geeft opbouwende kritiek.

    Aspecten van de persoon waar je eventueel op kunt letten of naar vragen om daar vervolgens feedback op te geven:

    • Lopen, stappen
    • Balans, evenwichtsproblemen
    • Zicht
    • Gehoor
    • Waar mensen zich steunen
    • Chronische ziekten, beperkingen
    • Gewrichten, kracht in vastpakken en vasthouden
    • Bewegen, sport: behoud spieren, kracht
    • Voelt men zich zeker; Bang om te vallen
    • Duizeligheid
    • Artrose
    • Bukken
    • Makkelijk bed uit komen
    • Houvast nodig bij douchen, toilet op en af komen, trap lopen, gebruik van zolder/berging
    • Dwalen, geheugenproblemen

Niet overnemen en de regie bij de bewoners laten

Cecile Elissen heeft de vrijwilligers van de Vrijwilligerscentrale van Welzijnsorganisatie Perspectief Zutphen een training motiverende gespreksvoering aangeboden. De Vrijwilligerscentrale voert het project ‘Mijn Woning OpMaat’ uit. Een interview met Cecile Elissen over motiverende gespreksvoering.

Cecile: “Ik vond het belangrijk om de vrijwillige woonadviseurs nog iets meer in handen te geven dan de vragenlijst waarmee ze met de bewoners het huis door lopen. Wat mij zo aanspreekt, is het principe dat je een bewoner eerst vraagt of je jouw suggesties en adviezen voor mag leggen. Je vraagt commitment en ik denk dat oplossingen dan ook meer gedragen worden door de bewoners.”
De kennis en het bewustzijn dat trainster Petra Montforts overdraagt vond Cecile Elissen zo zinvol, dat de training voor een tweede keer is georganiseerd en nu ook voor de TIP-vrijwilligers (het Thuis Informatie Project) en vrijwilligers van de frontoffice die intakes doen.

“Een bijeenkomst duurt drie uur en de training is zo afwisselend, dat iedereen de volle tijd geboeid is.” De meeste indruk maakte de stoeloefening, vertelt Cecile. Een van de deelnemers zit in een stoel en de rest moet die persoon met woorden overhalen om op te staan en in beweging te komen. De deelnemers weten niet dat de ‘stoelzitter’ de instructie heeft om in de stoel te blijven zitten, omdat hij daar een goede (geheime) reden voor heeft. De clou van deze opdracht is dat de deelnemers maar één hele simpele vraag zouden hoeven te stellen, maar heel druk zijn met dingen voor de ander in te vullen. De stoelzitter heeft bijvoorbeeld zogenaamd een scheur in zijn broek en schaamt zich om die te laten zien. Dan zou een lap een uitkomst zijn. Een simpele vraag volstaat: ‘Wat heb je nodig om op te staan?’ Cecile: “Het maakte veel indruk op de deelnemers, dat zo’n eenvoudige vraag zo veel verschil maakt.”
Deelnemers noemen als leeropbrengst dat ze zich nog bewuster zijn van de hulpvraag. Dat het erom gaat de echte vraag te achterhalen en wat minder gericht te zijn op het vertellen van je standaardverhaal. Mensen zelf de regie laten houden en hen alert volgen.

Cecile: “Wat het effect is van motiverende gespreksvoering kunnen we nog niet inschatten, daarvoor is het nog te vroeg.” Het is van belang om meerdere middelen in te zetten om bewoners te motiveren daadwerkelijk tot woningaanpassingen over te gaan. Cecile: “We denken er ook over om een woonadvies persoonlijk langs te brengen en toe te lichten bij mensen in plaats van opsturen en nabellen. Dan kan de woonadviseur zo nodig helpen met prioriteiten stellen en meedenken in de uitvoering. Voor mensen die echt heel krap zitten zouden we een verbinding willen leggen met de vrijwilligers van Buurtservice, die klusjes kunnen uitvoeren.”

Instrumenten
Publicaties