Oudere migranten

Oudere migranten

Oudere migranten worden over het algemeen slecht bereikt. Er is extra (andere) inzet nodig om hen te bereiken met informatie over welzijn, zorg en wonen en vroegtijdig te signaleren. Vandaar dat zij als ‘bijzondere doelgroep’ zijn opgenomen. Verschillende migrantengroepen weten gemiddeld weinig over verschillende ziektebeelden, waaronder dementie, en zij maken weinig gebruik van zorg- en welzijnsvoorzieningen. Slechts 1% van de Marokkanen en 7% van de Turken maakt gebruik van thuiszorg tegenover 16% van de autochtone bevolking. Daarnaast rust er in veel migrantengemeenschappen een taboe op dementie, waardoor het niet wordt (h)erkend en schaamte een grote rol speelt. Veel komt neer op de mantelzorger en de kans op overbelasting is daardoor groot.

Van de mensen met dementie in Nederland is ruim tien procent migrant (28.000 mensen). Het aantal migranten met dementie stijgt ruim twee keer zo snel als het aantal autochtonen met dementie. Dit komt doordat de eerste generatie migranten die in de jaren ’60 en ’70 naar Nederland zijn gekomen, de komende 15 jaar sterk vergrijzen. Het overgrote deel van de migranten (99%) woont thuis en wordt verzorgd door hun familie.

In de laatste ‘Integratiemonitor’ die Spectrum publiceerde (bron: CBS, 2010) valt te lezen dat het aantal niet-westerse migranten in de provincie Gelderland lager is dan het landelijk gemiddelde (6,4 tegen 11%). Alleen de steden Arnhem, Tiel, Wageningen, Culemborg en Nijmegen kennen een percentage hoger dan het landelijke gemiddelde (tot 17,7%).

Per gemeente zijn er verschillen. Zo wonen er procentueel gezien veel Turkse migranten in Tiel, Harderwijk, Doesburg en Arnhem, terwijl de Marokkaanse gemeenschap in Culemborg relatief groot is en in Wageningen de groep ‘overige niet-westerse’ migranten eruit springt (vanwege de universiteit in Wageningen).

Migranten met dementie ontvangen pas later in het ziekteproces ondersteuning van mantelzorgers of professionals vanwege:

  • Bij de gebruikelijke dementie-screening kan de cognitieve status van met name Turkse en Marokkaanse ouderen moeilijk vast te stellen zijn als zij de taal slecht spreken of analfabeet zijn.
  • Schaamte of moeite met acceptatie van gedragsverandering.
  • Het niet herkennen van de klachten als symptomen van de ziekte (gebrek aan ziekte-inzicht).

Meer gezondheidsproblemen

Zowel de sociaal-economische positie, als de gezondheidstoestand van migranten is over het algemeen ongunstiger dan die van autochtone ouderen. Onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal, opleiding en daaraan gerelateerde (gebrek aan) gezondheidsvaardigheden en gebrek aan lichaamsbeweging spelen hierbij ook een rol. Turkse, Marokkaanse en Surinaamse vrouwen hebben vaker overgewicht, diabetes en hoge bloeddruk en psychische gezondheidsproblemen dan hun autochtone leeftijdgenoten. Ook komt duizeligheid vaker voor en is de risico op vallen groter bij deze migrantengroepen.

De behoeften van oudere migranten met dementie kunnen verschillen van die van autochtone Nederlanders door economische, sociale, culturele en religieuze aspecten. En dementie benadrukt verschillen, omdat de betrokkenen steeds meer teruggrijpen naar oude gewoonten, gebruiken en moedertaal. Ook (oorlogs-) trauma’s kunnen een grotere rol gaan spelen bij sommige migranten. Voor alle migranten geldt dat hun (jeugd)herinneringen en levensloop anders zijn en dit vraagt om een andere benadering en aanpassing aan hun belevingswereld.

Mantelzorgers

Bij veel migrantengroepen is het vanzelfsprekend dat familieleden voor zieken en ouderen zorgen, ook als die zorg eigenlijk te zwaar is. Gebruik van thuiszorg en intramurale zorg stelt men zo lang mogelijk uit. De meeste Turkse en Marokkaanse ouderen hebben een sterke voorkeur voor hulp van hun (schoon)kinderen als zij zorgbehoeftig worden. Bij deze groepen ligt er een grote nadruk op de traditionele zorgplicht van kinderen voor hun ouders. Dat geldt ook voor Molukkers.
Mantelzorgers met een migrantenachtergrond hebben een grotere kans op overbelasting dan autochtone mantelzorgers. Net als andere mantelzorgers met een lage sociaaleconomische positie, zorgen zij relatief vaak alleen voor de hulpbehoevende en verlenen zij intensiever (meer uren) hulp.

Andere inzet

Om te zorgen dat ook oudere migranten bereikt worden met informatie over wonen, welzijn en zorg, is – zoals gezegd – extra aandacht nodig. Wat houdt dat in?

Bereik

Bekijk welke lokale migrantenorganisaties maatschappelijk actief zijn en betrek hen bij het project. Denk aan zelforganisaties en religieuze organisaties. Ook moskeeën hebben vaak een afdeling of werkgroep ouderen. Voor migrantenorganisaties is het van belang om aandacht te besteden aan empowerment van ouderen.

Toegankelijkheid

Algemene organisaties, zoals een stichting welzijn ouderen, woningcorporaties en zorginstellingen kunnen zich (meer) richten op een cultuursensitieve houding. Dat betekent aandacht voor toerusting van de medewerkers. Trainingen interculturele communicatie maken daar deel van uit. Mensen zeggen vaak dat ze veel meer informatie nodig hebben over andere culturen, om goed om te kunnen gaan met mensen met een andere achtergrond. Enige kennis van gewoonten en gebruiken is zeker handig. Iets weten over de ramadan, of voedingsvoorschriften helpt. Er zijn echter zoveel verschillende groepen dat er niet één recept is. Het gaat daarom vooral om bewustzijn en (communicatie)vaardigheden.

Kennis delen

Er bestaat behoefte aan het uitwisselen van goede praktijkvoorbeelden, maar in Gelderland is er geen provinciaal of regionaal platform om kennis te delen. Men is dus aangewezen op landelijke organisaties en belangenbehartigers, zoals het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM). Uitwisseling van kennis, expertise en good practices behoort tot hun doelstellingen.

Ook het landelijke kenniscentrum Pharos besteedt aandacht aan oudere migranten en wonen en fungeerde voor dit artikel als bron.