Wonen met dementie in Gorssel

Wonen met plus Eefde

Voor bewoners met dementie zijn specifieke aanpassingen in een woning mogelijk, die de oriëntatie en bewegingsvrijheid ten goede komen. Uitgangspunt is wat de dementerende nog wel kan thuis. Gemeente Lochem was koploper met dit concept en het project is positief geëvalueerd.

Wonen met dementie wil een dubbel effect bereiken. De bewoner met (lichte tot matige) dementie kan langer zelfstandig thuiswonen en ervaart minder stress door specifieke woningaanpassingen. Als gevolg daarvan ervaart ook de mantelzorger minder belasting. Mantelzorgers maken zich namelijk grote zorgen om onveilige situaties in huis, zo blijkt uit onderzoek van Alzheimer Nederland. Deze zorgen zijn realistisch want er gaat relatief vaak iets mis.
Woontechniek, zoals dwaal- of beweegdetectie, behoort tot de mogelijkheden, maar het gaat er vooral om dat een dementerende bewoner zich beter kan oriënteren. De aandacht gaat in de eerste plaats naar voldoende contrast, goede verlichting, zichtbaarheid en een logische inrichting, zodat de bewoner met dementie de weg kan vinden in huis.

Projecteigenaar

In eerste instantie IJsseldal Wonen (initiatiefnemer) en later belegd bij Stichting Welzijn Lochem.

Samenwerkingspartners

IJsseldal Wonen, Stichting Welzijn Lochem, dementienetwerk Zutphen, Lochem, Ideon, Spectrum.

Projectopzet

Wonen met dementie is een vervolg en verdieping op het traject Wonen met een plus: een communicatiecampagne gekoppeld aan een stimuleringsregeling vanuit de gemeente om woningen aan te passen op zelfstandig thuis blijven wonen van senioren.

IJsseldal Wonen constateerde dat de huurwoningen van de corporatie niet geschikt zijn voor bewoners die beginnen te dementeren. Voor de pilot Wonen met dementie is als doel gesteld om vijf huurwoningen aan te passen aan de problematiek van de bewoners.

Projectuitvoering

Het project had een looptijd van 1,5 jaar. De vijf samenwerkingspartners vormden samen een projectgroep met voldoende mandaat van hun organisatie om beslissingen te kunnen nemen. De projectgroepleden ontwikkelden de visie, de benodigde tools voor de uitvoering en het stappenplan c.q. werkwijze.

Producten
  • Stappenplan wonen met dementie.
    Een richtlijn voor alle betrokkenen, die duidelijkheid geeft over de verschillende rollen en de fasering in tijd en garandeert dat de nodige afstemming plaatsvindt.
    Het stappenplan voorziet in een evaluatiemoment, zodat het effect van de woningaanpassingen, de geboden oplossingen en de tevredenheid van de mantelzorger en de bewoner met de aanpak wordt gemeten.
  • Flyer met informatie over het woonadvies voor mantelzorgers.
  • De Handreiking Comfortabel Wonen met dementie van Platform 31 is tijdens de pilot getest op bruikbaarheid en de ervaringen uit de pilot zijn erin verwerkt. Deze handreiking is geschikt om bij bewoners en mantelzorgers achter te laten bij het huisbezoek, zodat de mantelzorger kan nalezen welke maatregelen men kan nemen betreft comfortabel en veilig wonen met dementie.
  • Training voor vrijwillige woonadviseurs en beroepskrachten Wonen en dementie.
    In de training is aandacht voor de ziekte dementie, de verschijnselen, verandering van gedrag, omgaan met dementie, de mantelzorger en oplossingen voor de woonsituatie. Deelnemers hebben een format in handen waarop zij hun woonadvies kunnen invullen. De training is in eerste instantie gevolgd door alle vrijwillige woonadviseurs Wonen met een Plus, de woonconsulent en de opzichter werkzaam bij de woningcorporatie. Vanwege de positieve reacties en meerwaarde van de training is een tweede training georganiseerd voor Wmo-consulenten, opzichters en woonconsulenten van IJsseldal Wonen, ouderenadviseurs en andere vrijwilligers.
  • Checklist en gespreksrichtlijn voor vrijwillige woonadviseurs bij het thuisbezoek.
    Een lijst met mogelijke woningaanpassingen en –verbeteringen, die helpt om op een gestructureerde wijze in gesprek te gaan met de dementerende en de mantelzorger om de individuele woning te beoordelen voor een op-maat-advies aan huis. Woonadviseurs maken tevens gebruik van de Gelderse Huistest.
  • Evaluatierapport.
    De evaluatie geeft zicht op het effect van de ontwikkelde producten en aanpak, op het effect van de aanpassingen en op de effectiviteit van de toegepaste methode op de dementerende en mantelzorgers zelf.
    Voor de evaluatie zijn gesprekken gevoerd met de bewoners en hun mantelzorgers en met vertegenwoordigers van de samenwerkingspartners (zowel de leden van de projectgroep als betrokkenen bij de uitvoering).

Borging en toekomst

Voor de projectgroep in Gorssel is – gezien de positieve evaluatie en de meerwaarde – uitrol naar huurders van andere woningcorporaties en naar eigenaar-bewoners een logisch vervolg. De benodigde stappen daarvoor zijn echter niet meteen gezet.

Focus op preventie of zorg

De nadruk ligt op zorg. Maar als een adviesgesprek en de woningaanpassingen in een vroeg stadium worden uitgevoerd, is de het profijt ervan groter.

Succesfactoren

  • Het gesprek van de woonadviseur met de mantelzorger (en eventueel de dementerende) wordt erg gewaardeerd. Het gesprek helpt om op een andere manier te kijken naar de woning. Mogelijke aanpassingen zijn eyeopeners voor mensen die er nog nooit mee te maken hebben gehad, van opzichters van woningcorporaties tot de mantelzorgers.
  • Het Stroomschema geeft helderheid in de ketenafspraken. Andere gemeenten hebben dit overgenomen en aangepast op de lokale situatie.
  • Een succesfactor die tegelijk een risicofactor is zijn de mensen die het uitvoeren. Er zijn goede vrijwillige woonadviseurs nodig om deze gesprekken te kunnen voeren; niet iedereen wil of kan dat.
    Ook de samenwerkingspartners moeten er voor de volle honderd procent achter staan om zich in te zetten en mantelzorgers te ondersteunen. Dat vraagt flexibiliteit van de betrokken personen en van de organisatie waar ze werken: niet te bang zijn om een precedent te scheppen, de regels soepel hanteren. Mantelzorgers van dementerenden zijn meestal al zwaar belast, als ze van alles moeten regelen voor een woningaanpassing is dat bepaald niet ontlastend. Als corporatie moet je dan bereid zijn een extra stapje te zetten en mee te bewegen. En ook incalculeren dat een aanpassing soms helaas maar voor korte tijd is.

Leeropbrengsten

  • Een terugkerend aandachtspunt is vroeg-signalering: wie doet dat en hoe doe je dat. En dat kan door vele partijen opgepakt worden, iedereen die er over de vloer komt, ook winkeliers. Naar wie ga je toe met een niet-pluisgevoel en hoe krijg je terugkoppeling wat er vervolgens mee gedaan is?
  • Een aandachtspunt is het vasthouden van de ‘flow’. Als zorgtrajectbegeleiders vergeten om door te verwijzen, raken de woonadviseurs buiten beeld en houden ze hun deskundigheid moeilijk op peil. Dat is wat er in Lochem na de pilot is gebeurd en waardoor de kennis en het enthousiasme wegzakken. Als na afloop van de pilot geen middelen zijn gereserveerd om de coördinatie voort te zetten, raakt de borging in het gedrang. Dat is jammer van de positieve resultaten en de opgebouwde kennis en samenwerking.
    Het zou helpen om in elk geval een streefcijfer voor het aantal adviezen af te spreken voor een bepaalde periode. En te checken (evaluatiemoment in het Stappenschema) of die opgevolgd worden door de corporatie / eigenaar.
    Een lijst van leveranciers en ondernemers is een voorbeeld om het opvolgen van een advies laagdrempelig te maken.
  • Het aanpassen van de woning is belangrijk om zelfstandig thuiswonen van mensen met dementie mogelijk te maken. Maar idealiter is het een onderdeel van een bredere aanpak, waarin ook aandacht is voor woonomgeving en activering van de dementerende.
    Dit voortschrijdend inzicht uit de pilot is opgepakt in de integrale aanpak van Goed wonen met dementie in Wijchen.

Kosten

Kosten

Voorbereiding en ontwikkeling: 200 uur projectpartners.
Uitvoering: 35 uur projectcoördinatie
Per cliënt: gemiddeld 9 uur voor vrijwillige woonadviseur.
Kosten: € 3.100,- voor woningaanpassingen in vijf woningen.

Waar gaat een woonadvies over? Vaak zijn het de kleine dingen die verschil maken:
  • Zijn de kamers overzichtelijk en herkenbaar? (opruimen onnodige spullen)
  • Buitendeur herkenbaar? (is de knip zichtbaar, dwz niet boven ooghoogte)
  • Is er voldoende licht (lezen, koken, trap, gang, nacht-oriëntatie)
  • Zijn er kleurcontrasten? (wc-bril, lichtschakelaars, deurposten)
  • Aanleiding om te struikelen/vallen? (veilige trap, anti-slipvloer, losliggende kleden)
  • Sprake van verdwalen? (gebruik van woontechniek zoals gps, beweegsensoren, trackingsysteem)
  • Alles nog te gebruiken? (klok, afstandsbediening, telefoon)
  • Andere onveilige situaties (temperatuurbegrenzer op kranen)