Mijn huis, mijn toekomst

Een helder beeld van het doel stellen maar geen vastomlijnd plan timmeren. Dat kenmerkt de aanpak in Rheden. Om innovatie te bereiken en nieuwe facetten op te pakken, moet je het aandurven om uit te proberen, fouten te maken en bij te sturen. Rheden heeft naast een praktische aanpak zonder schriftelijke communicatiemiddelen, vooral gekozen voor rechtstreeks contact met de mensen die de gemeente wil bereiken.

Rheden is in 2008 begonnen met het meten van de potentiële geschiktheid van woningen voor ouderen met behulp van de doorzonscan. Nadat de geschiktheid van de woningvoorraad in kaart was gebracht zijn de dorpen stuk voor stuk geïnformeerd over opplussen en thuistechnologie (2010 – 2015).
In 2016 en 2017 gaat een dertigtal inwoners met geheugenproblematiek thuis bestaande technologische hulpmiddelen uitproberen, onder de naam Technologie Trolley Rheden.
Rheden is met een inwonersaantal van 44.000 verspreid over zeven dorpen en kernen, een gemeente waar mensen elkaar van gezicht globaal kennen. Er zijn circa10.000 huishoudens met inwoners van 55 jaar en ouder. De lijnen zijn kort en er is vertrouwen in de samenwerking van het lokale netwerk. Die kenmerken komen terug in de aanpak van Rheden.

Over de resultaten tot en met najaar 2014 vertelt beleidsadviseur Marjolein Huijskes in de brochure Iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn, het vervolg (zie onderaan bij de publicaties).

Projecteigenaar

Projecteigenaar en initiatiefnemer is de gemeente Rheden.

Samenwerkingspartners

Stichting STOER (overkoepelende vrijwilligersorganisatie), de lokale zorginstellingen, verenigde ouderenbonden en de woningcorporatie.

Projectopzet

Het project Mijn huis, mijn toekomst kenmerkt zich door experimenteerruimte om de gekozen aanpak uit te proberen, ervan te leren, te verbeteren en opnieuw in te zetten. Leidende vraag en uitgangspunt is: hoe maak je het makkelijk voor mensen en hoe kun je hen ondersteunen bij het leven in eigen hand hebben en houden.

Er is gekozen voor een gefaseerde kern-voor-kern aanpak en voor een persoonlijke benadering in plaats van algemene communicatiemiddelen, brochures of website. Een ruime stimuleringsregeling van maximaal €650 om inwoners over de streep te helpen is beschikbaar. Bewoners zijn via een brief op naam op de hoogte gesteld van de stimuleringsregeling en uitgenodigd voor bijeenkomsten en thuisbezoeken door vrijwillige voorlichters. Ook waren er bij iedere kick-off informatiebijeenkomsten met infomarkten.

Vijftien vrijwillige voorlichters (grotendeels vrijwillige ouderenadviseurs) geven adviezen bij mensen thuis. Vanuit de diverse thuisbezoeken van onder andere de ouderenadviseurs (in totaal 35 in de gemeente Rheden) wordt doorverwezen naar deze voorlichters.

Aandacht voor woontechnologie is een structureel onderdeel van Mijn huis, mijn toekomst. In nauw overleg met de vrijwillige voorlichters is de checklist uitgebreid met veel gevraagde technische handigheidjes.

Mijn huis, mijn toekomst is in 2014 uitgebreid met de pilot wonen met dementie: woonadviezen voor mensen met geheugenproblematiek.

De zogenaamde Technologie Trolley Rheden is een vervolg hierop. Het doel is het samenstellen van een koffer met technologieën, die eraan bijdragen dat mensen met geheugenproblemen of dementie langer, maar wel veilig en zonder zorgen, thuis kunnen wonen. Een handboek om de middelen succesvol toe te passen en een leidraad voor andere gemeenten hoort er bij.

In 2016 en 2017 gaan dertig inwoners thuis bestaande technologische hulpmiddelen uitproberen. Wat werkt wel en wat niet? Wat moet ik daarvoor (aan)leren en hoe? Heb ik daar hulp bij nodig en van wie? Waar kan technologie bijdragen als geheugensteuntje, in de veiligheid thuis (bijvoorbeeld bij dwaal- en valprotectie) of bij het onderhouden van sociale contacten?

Projectuitvoering

De gemeente stelt zich als een bescheiden regisseur op: vrijwilligers en lokale partners faciliteren en het succes bij de burgers laten. De grootste uitdaging is het voeren van het gesprek tussen de drie belangrijkste partijen: vrijwilligers, beroepskrachten en bewoners. Dat wil zeggen: om de goede toon te vinden om bewoners niet te overdonderen, de vrijwilligers enthousiast en betrokken te houden en hen serieus te nemen en de beroepskrachten het gevoel te geven dat hun werk niet wordt afgepakt.

Activiteiten
  • Bewoners zijn uitgenodigd en geïnformeerd in een brief op naam en met een antwoordkaart voor huisbezoek.
  • Er is een informatiemarkt georganiseerd en plenaire voorlichting gegeven bij bestaande activiteiten.
  • Er is aandacht gevraagd voor het project via lokale pers.
  • Vrijwillige voorlichters gaan op huisbezoek en geven advies op maat. Dat is ook: signaleren en blik achter de voordeur krijgen.
  • Er is een checklist opgesteld met woningaanpassingen met standaardbedrag per maatregel.
    In nauw overleg met de woonadviseurs is de checklist uitgebreid met veelgevraagde technische handigheidjes.
  • Stimuleringsregeling ingesteld met een lage administratieve drempel: de gemeente betaalt een derde van de kosten tot een maximum van € 650.
  • Pilot met Technologie Trolley.
  • De insteek is: eigen oplossingen aandragen wordt geistimuleerd.

Eind 2015 is het project Mijn huis, mijn toekomst geëvalueerd. Sinds de start van het project hebben 422 huishoudens van 55 jaar en ouder gebruik gemaakt van de stimuleringsregeling. Het merendeel is 70-plusser. Bewoners investeren zelf tussen de € 600 en € 700. De gemeente vergoedt een derde van het bedrag, gemiddeld € 300 tot een maximum van € 650 per huishouden.

Niet iedereen maakt gebruik van de regeling, sommigen investeren zelf in hun woning. In totaal hebben inwoners € 350.000 zelf geïnvesteerd in kleine woningaanpassingen in hun woning. Deze individuele woningaanpassingen betekenen een besparing op de Wmo en ziektekosten, omdat woningaanpassingen en verbeteringen namelijk valongelukken thuis voorkomen.

Borging en toekomst

Taken die voortvloeien uit het project zijn zoveel mogelijk belegd bij de gemeente en projectpartners. Informatie, voorlichting thuis en stimuleringsregeling zijn voorlopig nog incidenteel, met het voornemen dit structureel aan te bieden. Mijn huis, mijn toekomst is van meet af aan ingebed in verschillende netwerken en dat netwerk is in de loop der jaren verbreed, versterkt en met het project meegegroeid. In het inkoopbeleid van de gemeente worden eisen gesteld aan de kwaliteit van dienstverlening van zorginstellingen en hun inzet bij Mijn huis, mijn toekomst.

In 2016 wordt verbinding gelegd met duurzaamheid en wordt mogelijk de nieuwe Blijverslening inzetbaar voor duurdere aanpassingen.
Met de woningcorporatie worden prestatieafspraken gemaakt om hun betrokkenheid te behouden.
De veegronde die in mei is gestart, heeft nu al 600 aanmeldingen opgeleverd; de campagne is echt gaan leven bij de mensen.

In sommige wijken blijven investeringen in woningaanpassingen achter. De gemeente gaat gericht onderzoeken waar dat aan ligt.

Een tweede aandachtspunt voor de toekomst is de bekostiging van de begeleiding die de casemanagers dementie bieden in de voorfase van dementie. In 2017 wordt bekeken hoe de juiste hulp en ondersteuning voor iedereen goed en laagdrempelig geregeld kan worden.

Focus op preventie of zorg

Mijn huis, mijn toekomst is voornamelijk gericht op preventieve woningaanpassingen. Met de verdieping naar de doelgroep mensen met dementie is in Mijn huis, mijn toekomst ook aandacht voor veilig en comfortabel wonen en thuistechnologie voor mensen met een specifieke zorgvraag.

Succesfactoren

Dat het project succesvol is – groot bereik, veel investeringen in woningaanpassingen – heeft verschillende oorzaken.

Op procesniveau:
  • Een flexibele benadering.
  • Een vrije rol voor beleidsmedewerkers. Belangrijk is het faciliteren van de uitvoering door vrijwilligers en professionals.
  • Mijn huis, mijn toekomst is niet een los project maar is ingebed in de vele netwerken.
  • Door de gefaseerde aanpak kon de werkwijze en instrumenten verder verbeterd en geperfectioneerd worden.
  • Vrijwilligers hebben ook een vrije rol; ze kiezen zelf waar ze in willen specialiseren (vervoer, geheugenproblematiek, woontechniek, woningcorporaties).
  • De ambtelijke projectleider is bereikbaar voor vragen van projectpartners, vrijwilligers én inwoners.
  • Goede bekendheid van de vrijwillige voorlichters. Goed advies leidt tot een positieve mond-tot-mondreclame.
In de aanpak:
  • Nadruk ligt op de persoonlijke benadering en mond-tot-mondreclame.
  • Insteek op comfort, veiligheid en preventie
  • Lage drempel om mee te doen.
  • Eenvoudige checklist woningaanpassingen met standaardbedrag per maatregel.
  • Stimuleringsbijdrage met zo min mogelijk criteria en regels.

Leeropbrengsten

  • De subsidiebedragen en termijnen waarop bewoners moesten reageren en iets moesten doen is vereenvoudigd en duidelijker geformuleerd.
  • Het werkt om goede voorbeelden laten zien en verhalen van inwoners en professionals laten vertellen.
  • Geef burgers de ruimte om mee te doen en hun vraag te stellen.
  • De pilot wonen met dementie liet wat tegenvallende resultaten zien. Er was weinig tot geen doorverwijzing van de casemanagers dementie naar de vrijwillige voorlichters en de drempel voor de betreffende doelgroep blijkt groot te zijn. Er is wel een tiental aanpassingen gerealiseerd voor de doelgroep.
    De afstemming tussen de professionals en de vrijwilligers heeft meer aandacht nodig in het vervolg.
    Bovendien blijkt het lastig te zijn om gesprekken over het wonen te voeren en woonadviezen te geven in aanwezigheid van de persoon met dementie.
    In het nieuwe project, de Technologie Trolley, wordt er samen gebouwd aan de samenwerking en het vertrouwen in elkaar.

Kosten

Mijn huis, mijn toekomst is vastgelegd in het meerjarig beleidskader Wmo. De kosten zijn zo veel mogelijk structureel begroot via de collectieve en algemene voorzieningen. Hierdoor hoeft de projectleider niet via de raad voor budgetten. Preventie is speerpunt van het beleid. De inzet is om zo min mogelijk te bezuinigen op collectieve/algemene voorzieningen en daarentegen zo veel mogelijk besparen op administratieve rompslomp en bureaucratische systemen.