Eén jaar Blijverslening; waar staan we?

Printscreen website Blijverslening

‘Als ik in dit huis wil blijven wonen, wat zou er dan moeten veranderen?’ Steeds meer ouderen stellen zichzelf op een zeker moment deze vraag.  Ze willen zich voorbereiden op een fase van hun leven waarin de dagelijkse dingen minder vlot verlopen en fysieke beperkingen aanpassingen in huis nodig maken. Bijvoorbeeld gelijkvloers wonen, een veilige en bruikbare badkamer voor zowel bewoner als zorgverlener, goede verlichting in en om de woning, drempelloos wonen en  zo zijn er tal van kleine en grote aanpassingen denkbaar. Een belangrijke vraag daarbij is: wat kost het en hoe financier je een ingrijpende verbouwing.

Er zijn op initiatief van lokale partijen als gemeente, corporaties, zorgorganisaties en belangenbehartigers mooie bewustwordingsprojecten tot stand gekomen. Zo ook in Gelderland, met de provincie als belangrijke aanjager van nieuwe instrumenten om het bewustwordingsproces bij ouderen te voeden. En hen te laten doorpakken van bewustwording naar daadwerkelijke aanpassing van hun woning. We noemen bijvoorbeeld Mijn huis, mijn toekomst in Rheden, Opplussen door de Kernen of Aangenaam wonen in Giesbeek.

Wat mag het kosten?
Een belangrijke hobbel op de weg naar het preventief aanpassen van de woning is en blijft de financiering van de aanpassingen. Als het gaat om bewustwording van de gevolgen van het ouder worden op de woonsituatie bestaat de neiging om veel en complete informatie te geven over wat er allemaal mogelijk is in de woning, ongeacht de behoefte van de bewoner. Kosteninformatie is daaraan ondergeschikt, terwijl juist voor ‘potentiële klanten’ die informatie heel belangrijk is om een goede afweging te maken tussen wel of niet aanpassen. Uit het onderzoek ‘De drempel van Jan’ blijkt dat 21% van de 50-plussers niet begint aan het aanpassen van hun woning, omdat ze verwachten dat het veel gaat kosten.Bij bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen wordt vaak in één oogopslag duidelijk gemaakt wat de globale kosten zijn. Analoog hieraan ligt een opgave voor marktpartijen om direct aan het begin van het bewustwordingsproces inzicht te geven in de kosten voor aanpassen.

Financieringsbehoefte voor grotere woningaanpassingen
Als mensen hun woning levensloopbestendig willen maken of willen aanpassen aan hun zorgvraag, bijvoorbeeld door een badkamer of slaapkamer op de begane grond te realiseren, kunnen de kosten aanzienlijk zijn. Soms gaat het om een dermate groot bedrag, dat mensen op zoek gaan naar externe financiering bijvoorbeeld in de vorm van een extra hypotheeklening. Maar de doelgroep waarover wij het hebben, de ouderen, krijgen van banken vaak geen lening meer ook al is de woning (bijna) helemaal vrij van hypotheek. Belangenorganisaties hebben dit signaal opgepikt en neergelegd bij het Aanjaagteam ‘Langer zelfstandig wonen’(AJT). Dit aanjaagteam is medio 2014 in het leven geroepen om na de herzieningen in de zorg een omslag in denken en doen bij alle betrokken partijen te bewerkstelligen. Onderdeel van dit proces is dat het AJT zich sterk heeft gemaakt voor een blijverslening

Van starten naar blijven
In Nederland hebben we al ervaring opgedaan met de Starterslening, ontwikkeld door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). Met de Starterslening kunnen nieuwkomers op de woningmarkt het verschil overbruggen tussen de prijs van het huis inclusief bijkomende kosten en de maximale hypotheek die men bij de bank krijgt.
Analoog aan de Starterslening heeft SVn samen met een werkgroep bestaande uit gemeenten en belangenorganisaties de Blijverslening ontwikkeld. Het betreft hier een lening voor oudere huisbezitters en huurders die langer thuis willen blijven wonen en het aanpassen van hun woning niet uit eigen middelen kunnen of willen financieren. Men kan tegen een gunstige rente en voorwaarden een lening afsluiten voor het doen van aanpassingen. Aflossen gebeurt in maandelijkse termijnen. Met de lening willen gemeenten en/of provincies mensen stimuleren om hun woning levensloopbestendig te maken. De Blijverslening is gebaseerd op een gemeentelijke of provinciale regeling waarin wordt aangegeven voor wie, voor welke maatregelen en onder welke voorwaarden de Blijverslening beschikbaar is.

Financiële toolbox langer thuis wonen
De Blijverslening maakt onderdeel uit van een financiële toolbox waarin meerdere soorten leningen gericht op het langer thuis wonen een plek gaan krijgen. Denk bijvoorbeeld aan een verzilvervariant voor mensen met een klein inkomen wier vermogen in de stenen van hun woning zit. Deze lening moet nog beschikbaar komen. De Blijverslening, de eerste lening in deze serie, is sinds 1 januari 2016 beschikbaar.
Naast de twee genoemde leningen bestaat de toolbox ook uit ondersteuning van SVn aan gemeenten bij het uitrollen van de Blijverslening. Zo wordt via de website van SVn uitgebreide informatie verstrekt over de Blijverslening, ook per gemeente. Ook verzorgt SVn presentaties over de werking van de Blijverslening voor zowel professionals (bijvoorbeeld adviseurs, makelaars, banken) als consumenten. Er is foldermateriaal voor consumenten is beschikbaar.
Doel van SVn is niet zozeer zo veel mogelijk leningen te verstrekken, maar gezamenlijk met lokale organisaties de bewustwording rondom langer thuis wonen verder aan te jagen en helpen waarmaken dat ouderen de verantwoordelijkheid nemen in het aanpassen van hun woning.

Gemeenten pakken Blijverslening op
Een groeiend aantal gemeenten pakt de Blijverslening op als een van de middelen om hun inwoners te ondersteunen bij het aanpassen van hun woning. Ze integreren de Blijverslening in de communicatie over het langer thuiswonen, geven aanwat mensen zelf kunnen doen en wat men van de gemeente mag en kan verwachten. Begin 2017 zijn er 37 gemeenten aan de slag met de Blijverslening, waaronder de gelderse gemeenten Aalten, Berkelland, Beuningen, Bronckhorst, Overbetuwe en Renkum.
Het beschikbaar stellen van de Blijverslening vraagt wel enige voorbereidingstijd, de gemeente moet immers toestemming krijgen van de raad en daarvoor de gebruikelijke procedure doorlopen. De Blijverslening kent een variant voor eigenaar-bewoners en eentje voor huurders. Voor de variant voor eigenaar-bewoners geldt dat de lening hypothecair of consumptief worden afgesloten. De Blijverslening voor huurders is altijd consumptief. Een huurder is verplicht om bij de aanvraag voor een Blijverslening een ‘Verklaring inzake kennisgeving of toestemming verhuurder’ aan te leveren. Met deze verklaring geeft de verhuurder aan dat hij/zij bekend en akkoord is met het treffen van de maatregelen. Gemeenten bepalen zelf welke vorm(en) ze aanbieden en onder welke voorwaarden. Denk dan bijvoorbeeld aan minimale lening en maximale lening, leeftijdsgrenzen, een maximale WOZ-waarde of een lijst met maatregelen die in aanmerking komen voor de Blijverslening. Consumenten dienen, voordat een aanvraag bij SVn wordt gedaan, een verzoek voor een Blijverslening in bij de gemeente. Die beoordeelt het verzoek en na goedkeuring door de gemeente kan men bij Svn de aanvraag in gang zetten.

Eerste ervaringen en eerste tips
Uit gesprekken met gemeenten blijkt dat het nog te vroeg is om de werking van de Blijverslening tegen het licht te houden. Een aantal andere gemeenten zit nog in de voorbereidende fase. De gemeenten die de Blijverslening wel in werking hebben merken op dat de belangstelling voor de lening nog moet aantrekken. Oftewel, het loopt geen storm.

  1. Geef het tijd
    En dit is meteen de eerste tip aan startende gemeenten. Wees voorzichtig in de verwachtingen en geef de mensen de tijd om de lening te ontdekken. Van de Starterslening hebben we geleerd dat het wel één tot twee jaar kan duren.
  2. Geef continu bekendheid
    De tweede tip ligt in het verlengde hiervan, namelijk de communicatie over de Blijverslening. Er zijn vele haakjes binnen de gemeentelijke dienstverlening en bij lokale partners om de Blijverslening aan op te hangen. Benut deze haakjes goed en zorg daarmee voor continuïteit in de communicatie en meer bekendheid. Denk bijvoorbeeld aan een bewustwordingscampagne waar de Blijverslening onderdeel van uitmaakt. Een ander voorbeeld zijn de huisbezoeken bij ouderen in het kader van langer zelfstandig thuis wonen. Ook dat is een prima gelegenheid om de Blijverslening onder de aandacht te brengen.En vergeet natuurlijk niet de gebruikelijk media: gemeentekrant, website van de gemeente en partners in wonen en zorg, foldermateriaal.
    Maak mensen niet alleen bekend met de ‘technische informatie’ over de Blijverslening, maar breng ook de persoonlijke verhalen naar voren. Laat iemand aan het woord komen die de stap naar (preventief) aanpassen heeft gezet. Wat waren zijn of haar overwegingen? En wat heeft het opgeleverd?
  3. Houd het laagdrempelig en breed
    Een derde en laatste tip gaat over de voorwaarden waaronder de Blijverslening verstrekt wordt. Die moeten uiteraard passen bij de doelstelling van de gemeente. Maar houdt de regeling laagdrempelig voor consumenten (niet te veel voorwaarden) en zorg voor wat bewegingsvrijheid binnen de regeling. Bijvoorbeeld in het niveau van gedetailleerdheid bij de omschrijving van het soort aanpassingen die in aanmerking komen voor financiering vanuit de Blijverslening. De voorwaarden kunnen ook benut worden voor het creëren van extra bewustwording rondom langer thuis wonen en het preventief aanpassen van de woning. Er zijn voorbeelden van gemeenten die in hun aanvraagprocedure een verplichte woningkeuring hebben opgenomen. Een woonadviseur gaat op huisbezoek en gaat aan de hand van een checklist met de bewoner in gesprek over mogelijke maatregelen om zijn woning comfortabeler en veiliger te maken. Zo wordt de bewoner zich bewust van talrijke andere mogelijkheden. Het is ook een mooie kans om het gesprek breder te trekken, bijvoorbeeld naar gezondheid en welbevinden. Want uiteindelijk is blijven in de woning niet alleen een kwestie van een geschikte, levensloopbestendige woning. Het gaat om een levensloopbestendig leven!