340 miljoen voor thuiswonende ouderen

340 miljoen voor thuiswonende ouderen
19 juni 2018 Henriette

Ouderen willen het liefst in hun eigen vertrouwde omgeving zelfstandig oud worden en een fijn en zinvol leven leiden. Het programma Langer Thuis, dat minister Hugo de Jonge (VWS) op 18 juni presenteerde, zet daar op in. Het Kabinet investeert daar de komende jaren ruim 340 miljoen euro in.

Met het programma Langer Thuis zet het ministerie in op het verbeteren van drie belangrijke randvoorwaarden voor een goede kwaliteit van leven voor thuiswonende ouderen. Daarom kent het programma drie actielijnen.

  1. Goede ondersteuning en zorg thuis
  2. Mantelzorgers en vrijwilligers in zorg en welzijn
  3. Wonen

1. Goede ondersteuning en zorg thuis

  • Er komt een landelijk netwerk ‘Vitaler ouder worden’. Gemeenten gaan door met de sociale basis te versterken;
  • Om te stimuleren dat professionals in de wijk (op basis van een persoonlijk ondersteunings- en zorgplan) als een team samenwerken rond kwetsbare ouderen, wil de minister:
    – afspraken maken over samenwerking in de regio met zorgverzekeraars en gemeenten,
    – vernieuwing in de praktijk bevorderen via leernetwerken,
    – een stevige impuls geven aan innovatieve, digitale zorg thuis (eHealth) met twee nieuwe subsidieregelingen;
  • Om soepeler doorstroom van en naar tijdelijk verblijf te stimuleren, komt er meer geld voor specialisten ouderengeneeskunde op de juiste plaats en het juiste moment. Ook komt er geld om brede regionale coördinatiepunten tijdelijk verblijf te stimuleren en het versterken van de regiefunctie van het ROAZ.

2. Mantelzorgers en vrijwilligers 

  • Er komen bewustwordingscamapgnes om mantelzorgers en vrijwilligers bewust te maken van ondersteuningsmogelijkheden, zoals respijtzorg;
  • Om het aanbod van ondersteuning en respijtzorg te verbeteren, komt er een landelijke adviseur respijtzorg, maken gemeenten het aanvragen van ondersteuning eenvoudiger en start het ministerie pilots gericht op een meer sociale benadering van dementie.
  • Het ministerie stimuleert een programma voor betere aansluiting tussen informele en formele zorg te realiseren, versterkt de positie van vrijwilligerswerk in de gemeenten en wisselt kennis uit rond burgerinitiatieven.

3. Wonen

  • Gemeenten gaan de woonopgave voor ouderen in beeld brengen. Het ministerie helpt daarbij met een ondersteuningsteam;
  • Om nieuwe (geclusterde) woonzorgvormen te stimuleren, komt er een innovatieregeling gericht op nieuwe woonzorgvormen, een ‘community of practice’ en een kennisprogramma;
  • Gemeenten ontwikkelen een lokale aanpak om ouderen te helpen ‘geschikt te wonen’, bijvoorbeeld een wooncoach. Het ondersteuningsteam en het kennisprogramma helpen hen daarbij.

Uitvoering
Om het programma Langer Thuis uit te kunnen voeren, investeert het Kabinet de komende jaren in totaal ruim 340 miljoen euro. Het leeuwendeel daarvan gaat naar de drie innovatieregelingen, die tot doel hebben:

  • de toepassing van nieuwe technologie mogelijk te maken;
  • de digitale gegevensuitwisseling tussen cliënten en zorgverleners en tussen zorgverleners onderling te versoepelen;
  • de ontwikkeling van nieuwe woonzorgarrangementen te stimuleren.

Het programma Langer Thuis loopt tot en met 2021. Het Rijk geeft met het programma richting en kaders mee, maar zal het programma nader uitwerken en implementeren in nauwe samenwerking met gemeenten, zorgverzekeraars, woningcorporaties, zorgaanbieders en andere betrokken partijen zoals ouderenorganisaties.

Het programma Langer Thuis is samen met de programma’s Eén tegen Eenzaamheid en Thuis in het Verpleeghuis onderdeel van het Pact voor de Ouderenzorg waarmee begin 2018 tientallen partijen zich committeerden aan het verbeteren van de zorg voor onze ouderen door de strijd aan te gaan tegen eenzaamheid, de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren en thuiswonen beter mogelijk te maken.

Download: Programma_Langer_Thuis
Bekijk het filmpje