Zicht op zorgvraag en vastgoed

De opgave dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen, vraagt om inzicht in de toekomstige zorgvraag in relatie tot de toekomst van het woonzorgvastgoed. Gemeenten willen antwoord op tal van vragen:

  • Is er leegstand of is die te verwachten?
  • Hoe groot is de vraag naar onzelfstandige woonruimte en intramurale verpleeghuisplaatsen?
  • Hoeveel behoefte is er aan passende zelfstandige woningen (zowel reguliere woningen als verzorgd wonen (geclusterde woningen)?
  • In welke mate is de de huidige woningvoorraad (potentieel) geschikt voor ouderen en mensen met een beperking?
  • Wat zijn de toekomstplannen van zorg- en welzijnorganisaties om extramurale zorg- en welzijnsdiensten te kunnen leveren?

Gemeenten en lokale partners hebben de behoefte om efficiënter om te gaan met het huidig zorgvastgoed. Daarom nemen gemeenten de regie en brengen ze zorgpartijen, welzijnorganisaties en woningcorporaties bij elkaar. Om gezamenlijk vraag en aanbod in beeld te brengen, een visie te ontwikkelen en samen het beschikbare vastgoed effectief in te zetten voor een passend aanbod van wonen en zorg.

Begrippen als ‘beschermd wonen’, ‘beschut wonen’ en ‘verzorgd wonen’ lijken steeds minder bruikbaar. Er is behoefte aan een meer gedifferentieërd aanbod tussen zelfstandig wonen en begeleid wonen in. En dit vraagt om meer creatieve en flexibele mogelijkheden en samenwerking van organisaties.

Vier gemeenten – Barneveld, Heumen, Nijkerk en Wijchen – hebben ingezoomd op de vraag naar en het aanbod van wonen en zorg en de voorzieningen op het gebied van wonen, care en services. Hun doel is het op verantwoorde en doelmatige wijze zelfstandig (blijven) wonen van mensen met een beperkte zelfredzaamheid. Met dat oogmerk zijn opnieuw verbindingen gelegd met het sociaal domein, sociale wijkteams en projectontwikkelaars. De gemeente faciliteert dit proces. Het blijkt dat zonder de regie van de gemeente die samenwerking moeizaam tot stand komt. De gemeente legt verbindingen en brengt partijen bij elkaar, slaat bruggen tussen de eilanden en functioneert als bemiddelaar en intermediair. De gemeente laat zien dat door samenwerking er meer bereikt wordt.

De Wet langdurige zorg in het kort

De Wet langdurige zorg (Wlz) is per 1 januari 2015 ingevoerd en vervangt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De Wlz sluit aan op de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). De Wlz garandeert passende zorg en een veilige woonomgeving. Wanneer dat in de thuissituatie niet langer gaat, is er altijd plek in een instelling.

Lees verder

De Wet langdurige zorg is er voor mensen die de hele dag intensieve zorg of permanent toezicht nodig hebben. Bijvoorbeeld ouderen met vergevorderde dementie of mensen met een ernstige verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. Om zorg vanuit de Wlz te krijgen, is een Wlz-indicatie nodig. De gemeente blijft verantwoordelijk voor zorg zolang er geen Wlz-indicatie is afgegeven. Indien een Wlz-indicatie is afgegeven, maar er is geen fysieke plek in een woonvorm, zal Volledig Pakket Thuis (VPT) als overbruggingszorg geleverd worden.

Cliënten met een Wlz-indicatie hebben recht op een integraal pakket aan Wlz-zorg. Dit pakket voorziet niet in sociaal vervoer en mantelzorgondersteuning. Hiervoor kan, ook met een Wlz-indicatie, een beroep worden gedaan op de Wmo 2015.

De manier waarop de zorg is georganiseerd brengt dilemma’s met zich mee. Zo dreigen mensen die thuis intensieve zorg nodig hebben maar zelf de regie kunnen voeren, buiten de Wlz te vallen. Voor anderen is het voordeliger om zo lang mogelijk gebruik te maken van begeleiding via de WMO en zorg via de Zorgverzekeringswet, in plaats van het regime van de WLZ. Voor de gemeente kan het daarentegen budgettair aantrekkelijker zijn wanneer iemand onder de Wlz valt.