Leidraad Opplussen Plus

Met de Leidraad Opplussen: Aan de slag reikte de provincie Gelderland in 2011 een handreiking aan die nu noplaatje voorkant Leidraad Opplusseng steeds onverkort nuttig en actueel is. De Leidraad beschrijft de diversiteit van de doelgroep senioren, gaat in op gerichte, effectieve communicatie met de doelgroep en geeft een stappenplan. Daarmee kunnen organisaties zelf een visie op het opplussen vormen en deze visie tot uitvoering brengen. Het stappenplan bevat de ingrediënten om, al dan niet gezamenlijk, een opplusproject in te kleuren. Vanaf het eerste idee tot en met de evaluatie. Vijf jaar ervaring heeft wel aanvullende inzichten gebracht. Aan de hand van de opzet van de Leidraad Opplussen delen we deze inzichten.

De oorsprong van opplussen

Opplussen dateert uit de jaren negentig. Woningcorporaties beseften dat onvoldoende van hun woningen geschikt waren voor senioren. Grote aantallen gelijkvloerse woningen werden complexmatig aangepast en kwalitatief afgestemd op de eisen die passen bij bewoning door senioren. Deze beweging werd Opplussen genoemd. Voor veel corporaties is opplussen inmiddels gemeengoed. En steeds vaker gaan corporaties met hun oudere huurders het gesprek aan over de woontoekomst en de (on)mogelijkheden om langer zelfstandig thuis te kunnen wonen. De eigen verantwoordelijkheid van de huurder voor het aanpassen is onderdeel van dat gesprek, alsmede de financiële kant van het aanpassen. Het gaat hier dus echt om maatwerk. Het realiseren van voldoende woonkwaliteit, passend bij de doelgroep senioren (of mensen met een beperking), is ook altijd onderdeel van een gemeentelijke woonvisie en de prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporatie over het realiseren van die beoogde woonkwaliteit.

Eigen woningbezit

Ook de particuliere woningvoorraad biedt kansen voor opplussen. In Gelderland gaat het om circa 63 % van de totale woningvoorraad en van die woningen wordt nu al zo’n 44% bewoond door mensen van 55 jaar en ouder (2012). Gelijk aan de oplopende vergrijzing en een toename van het eigen woningbezit mag verondersteld worden dat het percentage oudere eigenaar-bewoners de komende jaren flink zal stijgen. Ook het feit dat mensen met een zorgvraag gekoppeld aan ZorgZwaartePakket 1 tot en met 4 zo lang mogelijk thuis moeten blijven wonen draagt daaraan bij. Gemeenten zien de uitdaging en pakken de handschoen op. Zij gaan, al dan niet samen met de woningcorporaties, aan de slag met opplussen. In toenemende mate als onderdeel van een brede opgave voor langer thuis wonen die naast het opplussen ook gaat over het versterken van het sociale vangnet, het voorzieningenniveau en de leefbaarheid van een wijk, dorp of stad. Veel gemeenten en corporaties in Gelderland hebben via de Doorzonscan de potentiele geschiktheid van eengezinswoningen in beeld gebracht. Zo blijkt dat in de provincie Gelderland ongeveer tweederde van dit woningtype in potentie geschikt is voor bewoning door mensen met een functiebeperking. Maar het uitrollen van de succesvolle complexmatige strategie voor opplussen die de woningcorporaties toepassen bij hun woningbezit, is niet mogelijk bij de particuliere woningvoorraad. Want achter elke voordeur woont iemand die overtuigd moet worden van het nut en de noodzaak van opplussen. En die bewoner moet zijn drempel letterlijk en figuurlijk willen verlagen. Dat vraagt ook hier om maatwerk.

De Leidraad Opplussen

Wat beweegt mensen als het gaat om het wel of niet aanpassen van de eigen woning of vroegtijdig verhuizen naar een geschikte woning? Voelen zij zelf die urgentie en op welk moment is dat dan? Wat kan een gemeente doen om senioren te overtuigen van het opplussen en wat is daarvoor nodig? En is de gemeente eigenlijk wel de aangewezen partij om het gesprek aan te gaan of moeten dat andere organisaties zijn? Is het beter om samen te werken? Met dit soort vragen begint opplussen. De Leidraad biedt hiervoor een plan dat bestaat uit vijf stappen.

Stap 1. Oriëntatie

De eerste stap in de Leidraad gaat over het inzichtelijk maken van het maatschappelijk belang van het opplussen, het belang voor de eigen organisatie (vanuit het standpunt van een gemeente of corporatie) en, op hoofdlijnen, welke resultaten men daarbij voor ogen kan hebben. De leidraad doet hiervoor een aantal suggesties.

Meer informatie
Stap 2. Verkenning

Stap twee van het stappenplan gaat over het verkennen van de mogelijkheden om samen met (regionale) partners, belangenbehartigers en burgers een visie op opplussen te ontwikkelen. Met daaraan gekoppeld de contouren van een aanpak. Door gezamenlijk vanuit een visie met gedeelde waarden en belangen naar een uitvoering toe te werken, kan een stevige basis gelegd worden voor die aanpak.

Meer informatie
Stap 3. Projectplan

Stap drie gaat over het uitwerken van een projectvoorstel naar een projectplan waarin de partners de praktische uitvoering van het project op hooflijnen vastleggen. In de Leidraad is een format voor een projectplan opgenomen.

Meer informatie
Stap 4. Uitvoering

Het project wordt uitgerold binnen de betrokken organisaties. Alle belanghebbenden moeten kunnen meegaan in het gedachtegoed van het project, zij moeten goed inzicht hebben in de relatie met de eigen werkzaamheden en zij moeten worden klaargestoomd voor de start van het project. Maar zeker ook voor de tijd na de start, want dan wordt bepaald of het opplussen beklijft. Daarom is het belangrijk dat er een degelijk uitvoeringsplan op tafel komt.

Meer informatie
Stap 5. Evaluatie

In het projectplan zijn uitspraken gedaan over de projectdoelstellingen en het beoogde resultaat. Er is vastgelegd hoe we willen evalueren en welke informatie nodig is om te kunnen beoordelen of de projectdoelstellingen zijn behaald. De vijfde en laatste stap van het stappenplan reikt handvatten aan voor de evaluatie.

Meer informatie

Achter elke stap vindt u een verdere toelichting op de stap en vragen die u kunnen helpen om tot een visie en uitvoeringsplan te komen. Belangrijke aanvulling zijn de praktijkervaringen en het voortschrijdend inzicht dat geleid heeft tot de nieuwe inzichten, per stap.

Download hier ook de hoofdstukken over communicatie en marketing:

 

Nieuwe inzichten na vijf jaar Leidraad Opplussen

De veranderingen in het maatschappelijke domein geven een nieuwe impuls aan het opplussen als thema binnen het langer thuis wonen. De aandacht verbreedt zich van louter ‘de stenen’ naar de bredere context van sociale omgeving en goede voorzieningen. Ook weten we meer over houding en gedrag van senioren ten aanzien van het aanpassen van hun woning. En hoe we met deze informatie nog beter kunnen aansluiten bij de belevingswereld van senioren. Na bijna tien jaar praktijkervaring en inzichten uit onderzoek dat de provincie Gelderland heeft geïnitieerd komen we tot een aantal nieuwe inzichten. Een aantal van deze inzichten is relevant voor een specifieke stap uit het stappenplan. U vindt deze terug achter de plus bij de desbetreffende stap. Maar we beginnen met vijf algemene inzichten.

 

Integrale visie op wonen, welzijn en zorg als kapstok voor opplussen

Gemeenten ontwikkelen steeds vaker een brede visie op wonen, welzijn en zorg. Kern van een dergelijk visie is doorgaans het bieden van gelijke kansen voor verschillende doelgroepen om zo volwaardig mogelijk te kunnen blijven meedoen in de maatschappij. Het gaat dan bijvoorbeeld over het zelfstandig wonen van ouderen en (kwetsbare) mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek. De visie omschrijft een samenhangend aanbod op het gebied van wonen, welzijn en zorg, dat afgestemd is op de huidige en toekomstige vraag en behoeften. Concreet gaat een visie in ieder geval in op de volgende elementen: het geschikt maken van de bestaande woningvoorraad, een toegankelijke en passende woonomgeving met voldoende voorzieningen, een goede sociale infrastructuur en een aanbod aan zorg- en welzijnsdienstverlening.

Wat maakt een visie krachtig?

  • Als deze ontstaat in samenwerking met partners (lokaal en regionaal) en vanuit gedeelde waarden.
  • Als er voldoende ruimte is om bestaande producten of diensten te verbinden.
  • Als de visie uitdagend genoeg is voor het ontwikkelen van nieuwe producten of diensten.

Als zichtbaar wordt tot welke successen een samenwerking leidt, ontstaat er onderling meer vertrouwen in de organisaties. Hierdoor hebben toekomstige projecten gericht op het langer thuis wonen weer een grotere kans van slagen.

Feiten over het aanpassen van de woning

Senioren komen maar mondjesmaat in beweging als het gaat om het aanpassen van hun woning. Ondanks uitgebreide voorlichtingscampagnes, subsidiemogelijkheden en enthousiaste vrijwilligers, zo bleek uit de praktijk. Onderzoek onder ruim 1200 55-plussers in opdracht van de provincie Gelderland geeft inzicht waarom senioren wel of juist niet overgaan tot het aanpassen van hun woning.

De resultaten zijn gepubliceerd in De Drempel van Jan.

Wat zijn de meest opvallende zaken?

  • Aanpassen vanuit preventie leeft onvoldoende, men handelt vaak pas uit noodzaak.
  • Leeftijd speelt geen significante rol bij het aanpassen. Iemand van tachtig jaar denkt dus niet anders over het aanpassen als iemand van zestig jaar.
  • Onduidelijkheid over de kosten weerhoudt 21% van de mensen van het aanpassen.
  • Bijna tweederde van de mensen wil informatie over het aanpassen van de woning ontvangen op het moment dat men problemen met de gezondheid ervaart.
  • Ongeveer19% vindt het altijd goed om te weten wat beter kan in de woning.

In deze factsheets vindt u meer feiten en cijfers:

Communiceren over woningaanpassingen

Voor iedereen, en dus ook voor senioren, is het vanzelfsprekend om zelfstandig thuis te willen blijven. Daar hoeven wij hen niet aan te herinneren. Waar het wel om gaat is hoe senioren dat uiten. Zij praten bijvoorbeeld over de dagelijkse dingen kunnen blijven doen, ook als het allemaal wat minder gaat. Hoe zij hun woning daarop kunnen inrichten. Daarbij zijn begrippen als comfort en veiligheid haakjes voor het gesprek.

Om een effectieve communicatiecampagne op te zetten, is specifieke kennis belangrijk om het beoogde effect te sorteren.
Wat moet u nu weten over de doelgroep voordat u aan de slag gaat met communicatie over het aanpassen van de woning of het langer zelfstandig thuis wonen? U vindt het hier.

Segmenteren!

Een van de sleutelbegrippen bij communicatie over het aanpassen van woningen is segmenteren. We kenden in 2011 al een segmentatie op leeftijd (bijvoorbeeld de communicatie richten op 75-plussers), geografische segmentatie (een opplusproject in een wijk of buurt) en de koppeling met sociale overwegingen zoals de aanwezigheid van een goed netwerk naar de senioren (professioneel en/of informeel).
Daar voegen we nu een segmentatie aan toe die gebaseerd is op houding en gedrag ten aanzien van wonen, welzijn en zorg. Deze onderverdeling naar vijf herkenbare segmenten biedt niet alleen houvast bij de communicatie over het aanpassen van de woning, maar is ook prima bruikbaar voor communicatie over andere thema’s binnen het langer thuis wonen. Denkt u bijvoorbeeld aan communicatie over dienstverlening rondom zorg en welzijn. U vindt hier meer informatie over de segmenten en een werkblad om zelf met de segmentatie aan de slag te gaan.

Aanbevelingen voor effectieve communicatie

Met alle praktijkervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan en de onderzoeksresultaten geven wij vijf tips.
  1. Kruip in de huid van de ouderen. Stel uzelf de vraag of u de ouderen waar u het project op wilt richten écht kent. Het gaat niet alleen over een abstracte groep, weergegeven in percentages. Maar over mensen die leven, wonen, werken, bewegen en van betekenis willen blijven voor de mensen om hen heen. En misschien gaat het wel over de eigen ouders of over u? Komt u zelf wel in beweging als het gaat om voorbereid te zijn op het langer thuis wonen? Neemt u die ervaringen mee als u aan de slag gaat met het project. En bespreek dit met uw projectpartners.
  2. Durf te kiezen en focus. Oftewel, maak gebruik van een segmentatie. Bepaal voor uw project welk van de segmenten het meest relevant is en richt daar uw project op in.
  3. Ga met elkaar in gesprek. Gebruik daarbij gewone taal, leeftijdloos en herkenbaar. Een persoonlijke benadering met een goed gesprek en een praktische doorverwijzing hoe men aan de slag kan, lijkt meer succesvol te zijn dan een campagne waarbij informatie vooral digitaal of per mailing gedeeld wordt.
  4. Wees duidelijk over de kosten. Een van de eerste vragen van mensen is ‘wat gaat dat kosten?’. En al gauw zal blijken dat mensen verwachten dat het aanpassen van hun woning veel geld gaat kosten. Vooral omdat aanpassen het beeld oproept van een grote verbouwing waarna een woning min of meer rolstoelgeschikt is. Terwijl er veel eenvoudige aanpassingen op de markt zijn die meer comfort, veiligheid en gemak meebrengen en dat tegen beperkte kosten (van enkele tientjes tot een paar honderd euro). Onduidelijkheid over de kosten weerhoudt mensen van het aanpassen. Dat is jammer en niet nodig. Zorg er dus voor dat kosteninformatie snel vindbaar is.
  5. Laat mensen vertellen over hun ervaringen. Bewoners, de kinderen van, vrijwilligers. Door deze verhalen te delen inspireert dat weer anderen.