Interview Opplussen

interview-opplussenZes jaar geleden ging het nog over het verbeteren van de geschiktheid van woningen, nu gaat het bij langer thuiswonen niet alleen over de woning en veiligheid in huis, maar om de hele sociale context, mensen met dementie, beperking, kwetsbare groepen. Een verbreding én verdieping. Een interview met Petra Dhont en Henk Langes, beide kartrekkers van programma Wonen van Provincie Gelderland.

Wat is de oorsprong van Langer thuiswonen? “Tot mijn verbazing ging het 10 jaar geleden bij het geschikter maken van woningen altijd over sociale huurwoningen, koopwoningen waren nooit in beeld. En dat terwijl de koopsector zo’n kleine 70% van de woonvoorraad uitmaakt”, trapt Henk Langes af. Met corporaties konden gemeenten afspraken maken. Voor koopwoningen hadden de gemeenten zoiets als ‘dat moet die koopsector maar zelf doen’. Maar daar wilde provincie Gelderland het niet bij laten. Samen met een adviesbureau werd een instrument ontwikkeld waarmee gemeenten in beeld kregen hoe geschikt de bestaande woningvoorraad in de koopsector is: de doorzonscan.

Tegelijkertijd werden gemeenten gestimuleerd om er actief mee aan de slag te gaan. Goede voorbeelden inspireren immers en helpen anderen over de streep te krijgen. “Lochem, Elburg, Heumen, dat zijn voorlopers, gemeenten die echt vooruitkijken. In 2008 hebben we rondom deze voorbeelden – die ondersteund werden met externe projectleiders – een provinciale bijeenkomst georganiseerd. Dat werd een groot succes, we hebben heel wat extra stoelen moeten sjouwen,” glundert Henk Langes.

Samenwerkingspartners

Gemeente, woningcorporaties, zorgaanbieders, maar ook welzijn spelen een belangrijke rol. En natuurlijk de bewoners zelf in wijkraden en platforms. Mondige actieve senioren nemen samen met ondernemers steeds meer het initiatief. Van babyboomers wordt verwacht dat ze zelf hun woning gaan aanpassen. Ondernemers spelen daar steeds meer op in. Reclame op TV laat zien hoe gemakkelijk je je badkamer kunt laten ombouwen. “Daarnaast moet er aandacht zijn voor de kwetsbare groep. Mensen die het zelf niet kunnen regelen, veelal met lage inkomens. Daar zal gemeente voor moeten opkomen, samen met corporaties en zorgpartijen”, stelt Petra.

Rol provincie

In de vorige coalitieperiode had de provincie een sterke aanjaag/stimuleringsfunctie. Daar is nu minder ruimte voor. Het is ook minder nodig denken Henk en Petra. “Doordat het veld beter georganiseerd is,kunnen wij effectiever zijn en de middelen gerichter inzetten. Daar waar het echt wat toevoegt, niet daar waar partijen helemaal aan het begin staan. Vanuit programma Wonen zoeken we de verbinding met andere programma’s, met name leefbaarheid. Per saldo verandert er niet zo heel erg veel, we gaan door met het delen van kennis.”

Integrale visie

Wat is essentieel bij langer thuiswonen? “In ieder geval een integrale visie”, geeft Henk aan. “Daarvan laten we graag de voorbeelden zien op deze website en bij bijeenkomsten. Gemeenten met een integrale visie weten waar ze naar toe willen. Zes jaar geleden ging het nog over het verbeteren van de geschiktheid van woningen, nu gaat het niet alleen over de woning en veiligheid in huis, maar om de hele sociale context, mensen met dementie, beperking, kwetsbare groepen. Een verbreding én verdieping.” Bij het doorvoeren van zo’n integrale visie geeft daadkracht de doorslag. Zowel ambtelijk als bestuurlijk, maar ook bij corporaties en zorgpartijen. Een ander kernwoord is vertrouwen. Vaak heeft dat ook tijd nodig, gezamenlijk voor een bepaalde opgave staan en durven te delen.

Niet zomaar kopiëren

Als iets in de ene gemeente goed gaat, wil dat nog niet zeggen dat het in andere gemeente ook zo gaat. Er is geen blauwdruk. De tips vliegen over tafel. Kijk goed hoe de lokale situatie is en richt daar je campagne op in. Als in een gemeente een bepaalde brief goed werkt, wil dat nog niet zeggen dat deze elders ook goed werkt. Verdiep je in de mensen en hoe ze benaderd willen worden. Petra: “Zo dacht ik aanvankelijk je moet het niet over zorg hebben. Maar voor bepaalde groepen werkt dat juist wel. Je moet meerdere kanalen hebben en zorg is er daar ook een van. Ook internet en via zorgorganisaties. Kijk wie je mensen zijn, de een moet je online benaderen, de ander via ondernemers,weer een ander via de zorg.”

Huisbezoeken

Een infocampagne alleen is niet genoeg. Huisbezoeken maken de campagne veel effectiever. Bij een huisbezoek komt iemand (gevraagd) als vrijwilliger of woonadviseur – vaak vanuit groep zelf – bij de mensen thuis. Thuis aan tafel, daar wordt het gesprek gevoerd, mensen kunnen hun verhaal doen en worden serieus genomen. Niet snel een of ander lijstje afvinken of alleen de woontest afnemen. Dat is de kracht van het gesprek, mensen worden serieus genomen en kunnen hun verhaal doen. Die huisbezoekers zijn afkomstig uit ouderenorganisaties, bonden, welzijn, kerken(raad), woonadviseurs. Je moet ze koesteren als ambassadeurs.

Het verschilt per gemeente hoeveel gebruik van vrijwillige woonadviseurs wordt gemaakt. Daar valt nog een wereld te winnen, want het is de manier de campagne achter de voordeur te laten landen. Zo waren er in Wageningen 400 bezoeken en even verder op in Ede maar 50. Het is niet duidelijk waarom dat zo is. In Oost-Gelre is er een grote pool met vrijwilligers, 10 kilometer verder op in Aalten wordt dezelfde inzet gebruikt maar met veel minder resultaat. Het ene netwerk sluit beter aan dan het andere. Soms werken ouderenadviseurs goed met woonadviseurs samen, soms niet. In de ene gemeente zijn ouderenadviseurs bekend bij de doelgroep en hebben ze een sterke positie hebben, in de andere niet. Vertrouwen hebben in elkaar, samenwerking tussen en met de ouderenbonden en positieve pers, het speelt allemaal een rol.

Taalgebruik

Ook taal heeft een grote invloed op het gedrag van mensen. Laat teksten in brieven en folders ook altijd toetsen, door een collega, door je ouders. Pas op voor te kinderachtige en te ambtelijke taal. Praat zoals mensen er over praten. Niet in algemene zin over je woning aanpassen maar heb het dan over comfort en veiligheid. Eén verkeerd gevallen brief en je bent ver van huis.

Leeftijdsgrenzen loslaten

Een campagne Langer thuiswonen begint met verdiepen in je doelgroep(en) en vervolgens segmenteren. Het onderzoek de Drempel van Jan laat zien dat je daar echt de tijd voor moet nemen. Goed kijken hoe ziet mijn doelgroep eruit, zitten ze achter de computer, willen ze juist schriftelijk geïnformeerd worden, hoe georganiseerd zijn ze al? Is er een actieve ouderenbond en kun je die dan inschakelen? Een aantal jaren geleden waren campagnes gericht op actieve senioren vanuit het idee je moet er vroeg bij zijn. Nu blijkt dat ze dat niet willen, er niet mee bezig zijn, nog niet geconfronteerd willen worden met ouder worden. Mensen die gezondheidsproblemen hebben, die zorgvrager zijn of mantelzorger zijn, dat is de groep die veel meer open staat voor informatie. Dan is het effectiever juist met die segmenten aan de slag te gaan, dan ‘we pakken alle senioren aan’. Laat de leeftijdgrens los adviseren Henk en Petra.

Ondernemers

Ondernemers hebben in verleden te veel achterover geleund, van doe-het-zelfzaken tot de badkamerspecialist. Dat is aan het veranderen. Fietsenmakers, installateurs , hoveniers, ze gaan beter luisteren naar hun klanten. Henk: “Als mensen aangeven dat ze moeite hebben met het onderhoud van hun tuin, moet je daar als hovenier op inspringen! Bied een gemakkelijker te onderhouden tuin en of abonnement waarbij je vier keer per jaar langskomt. Dat zie je nu meer gebeuren.”

Wat kost dat?

De verwachte kosten kunnen een drempel zijn om open te staan voor langer thuiswonen. Volgens Henk hoeft dat niet zo te zijn. “Wees er duidelijk over. Een bepaalde toepassing kost bijvoorbeeld 5.000 euro. Bij de doe-het-zelfzaak is het op een iets andere manier misschien veel goedkoper. Een gladde vloer kun je vervangen door nieuwe tegels. Tegenwoordig kun je gel er over smeren. Dat werkt ook en is veel goedkoper.”

De techniek heeft de afgelopen 10 jaar reuze sprongen gemaakt, is verbeterd en goedkoper geworden. Neem nou domotica, voorheen zat je met bedradingen en kokers. Nu is het veelal draadloos en kun je het zo bij doe-het-zelver halen. Mobieltjes worden steeds beter en mooier. Vroeger had je soms 5 afstandsbedieningen in de woning. Nu is het één apparaat, je drukt op de knop of app en hij doet wat je wil. Sinds de introductie van tablet is alles gebruikersvriendelijker. Door apps wordt alles zoveel gemakkelijker. Petra: “Voor sommige mensen is natuurlijk de mantelzorgwoning in de tuin of uitbouw wél een oplossing. Het verschilt per persoon. En voor dingen die levensbedreigend zijn moet er natuurlijk gegarandeerde kwaliteit zijn, die kosten kunnen dan hoog zijn.”

Rol van gemeenten

Gemeenten hebben een steeds grotere rol in de zorg gekregen. Zorg, welzijnsorganisaties, woningcorporaties, ondernemers, bewoners… Iedereen moet nog wennen aan nieuwe verhoudingen en samenwerking. De gemeente heeft verschillende rollen. De projectleider, als spin in het web, moet die rollen in het oog hebben en goed kunnen schakelen. De gemeente kan aanjager zijn en vervolgens verantwoordelijkheden overdragen aan een welzijnsorganisatie of ondernemers. Henk: “De gemeente richt zich op mensen die het echt nodig hebben en is niet verantwoordelijk voor iedereen. De ene keer ben je regisseur, de andere keer facilitator, de derde keer ben je misschien helemaal niet in beeld. Kijk uit dat je niet alles naar je toetrekt, waardoor er niks van de grond komt. Een gemeente met visie zorgt dat er uren vrij worden gemaakt en ook langer dan voor één jaar. Goede voorbeelden laten zien dat het een kwestie is van lange adem en doorzetten.”

Regionale aanpak

Een regionale aanpak biedt voordeel. In zo’n regio is bijvoorbeeld een aantal gemeenten en samenwerkingsverbanden al wat verder. Vanuit die initiatieven wordt het regionale gesprek gevoerd. En omdat partijen ook regionaal werken heeft dat uitstraling naar overige gemeenten en partijen. Petra: “Wij proberen voorlopers te verbinden in de verschillende regio’s, zodat ze niet altijd alleen maar voorlopers zijn maar ook ergens anders ideeën en inspiratie kunnen halen. Henk: “Veel zorgpartijen en corporaties zijn in meerdere gemeenten werkzaam, dan kan het niet zo zijn dat het in de ene gemeente goed is geregeld en dat in andere gemeente dezelfde zorgcorporatie denkt ik weet eigenlijk niet wat ik wil…”. Daarnaast zijn er ook kleinere doelgroepen. Daar moet je als regio afspraken over maken,wie kan je waar huisvesten, want niet iedere doelgroep kan in elke gemeente aan bod komen. De verwachting is dat zodra de Woonmonitor uitkomt de regionale aanpak weer een nieuwe impuls krijgt.

Stimuleringsregel

Een lokale stimuleringsregel is niet cruciaal , maar helpt wel. Henk: “Als je een financiële tegemoetkoming geeft, weet je ook waar die naar toe gaat. Je hebt een beetje zicht op resultaat. Het zijn beperkte middelen, zeer gericht op bepaalde voorzieningen en toepassingen. En het resultaat mag er zijn: letterlijk honderden voorzieningen heb je dan met beperkt geld gerealiseerd. En vergis je niet mensen moeten zelf ook investeren. Ze krijgen het echt niet voor niks. Je laat bovendien als gemeente zien dat je het serieus neemt.”

Normaliseren van opplussen

Langer thuiswonen hoort gewoon in het beleid en heeft een vaste plek in reguliere werkzaamheden. Het zou mooi zijn als het voor mensen zelf ook de norm is, dat is nu nog niet zo. Wel is er verandering gaande. Henk: “Op beurzen zie ik gemotiveerde mensen langskomen, zoals pas in Nijkerk, daar kwamen maar liefst 1.600 mensen. Zoveel mensen die er mee bezig zijn of dingen doen, dan denk ik we hebben veel bereikt.”

Is de boodschap ‘gemakkelijker en comfortabel wonen’ er een voor iedereen? Petra: “Dat is maar ten dele zo. Een traplift zou ik niet zo snel willen hebben, maar een inloopdouche is wel handig. Maar dat komt ook omdat we er zelf mee bezig zijn. “Het zijn de kleine dingen, vervolgt Henk, in het verleden dachten mensen dat het om een complete aanbouw zou gaan, maar het zijn ook de kleine aanpassingen: een lamp met afstandsbediening, geen obstakels bij de voordeur of in de keuken, kleine drempels, hoe je in keuken bij kastjes kunt komen, een tweede trapleuning, een tweede toilet boven.”

“Wat ook mee speelt is de veiligheid,” vertelt Petra tot slot. “Dat mensen even kunnen kijken wie voor de deur staat voordat ze de deur open doen. Of de lamp die aanspringt als iemand voorbij loopt, een cameraatje of een kijkgaatje zodat je niet voor iedereen de deur hoeft open te doen. Je hoort zoveel verhalen van mensen met babbeltrucs.”